Redacties moeten meer rouleren om ons-kent-ons-sfeertje te doorbreken

Redacties moeten meer rouleren om ons-kent-ons-sfeertje te doorbreken

Zou het geen goede zaak zijn als Vlaamse en Nederlandse  redacties van krant, radio en tv er een gewoonte van maken om iedere vier jaar hun redacties te laten rouleren? Laat bijvoorbeeld de Bart Brinckmansen van de Wetstraat-redactie na vier jaar maar eens verkassen naar de economieredactie. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, maar misschien ook hun berichtgeving wat meer pluriform maken. Ook is niet uitgesloten dat hierdoor het aantal extreem linkse en rechtse journalisten behoorlijk zal slinken wat de berichtgeving alleen maar ten goede zal komen.
 
Laten we eens naar enkele krantenkoppen kijken van vrijdag naar aanleiding van het nieuws welke politicus in België in 2016 de meeste betaalde mandaten heeft.
De Tijd: Eliane Daels (PS) is mandatenkampieon 2016
De Morgen: Eliane Daels en Koen Kennis zijn mandatenkampioenen 2016
De Standaard: Koen Kennis (N-VA) is de Vlaamse kampioen betaalde mandaten
Ook als je het artikel niet leest en alleen de nieuwsfeiten kent, dan voel je aan je water hoe gekunsteld die warrige kop in De Standaard er met de haren is bijgesleept. Het maakt één ding nog eens duidelijk. Zolang de N-VA in diskrediet kan worden gebracht is bij die krant alles toegelaten. Zelfs warrige krantenkoppen die de lading niet dekken. Moeilijk moet dat toch niet zijn. De Tijd en De Morgen slagen er immers wel in om boven een objectief nieuwsfeit een objectieve kop te zetten die wel de lading dekt. Waarin een kleine krant nog kleiner kan zijn…

Opinie en feiten moedwillig door elkaar halen

Naast cultuurverschillen België-Nederland houd ik als mediatrainer ook een blog bij over zaken als beeldvorming en dingen die mij opvallen in de media. Zoals deze onlangs in Doorbraak verschenen column naar aanleiding van het opiniestuk van Karel Verhoeven, de hoofdredacteur van De Standaard. Die vond het nodig om te reageren op de column van Bart De Wever die zich had beklaagd over het feit dat De Standaard in haar verslaggeving opinie en feiten moedwillig door elkaar haalt.

Een ons-kent-ons-sfeertje…

Dit fenomeen zien we niet alleen bij De Standaard en andere Vlaamse media. Ook in Nederland zien we steeds vaker dat de media zo hun voorkeuren hebben. Op zich niet zo wonderlijk. Het is algemeen bekend dat de meeste journalisten links zijn. Maar dat is nog niet alles. Doordat bij de vierde macht, teveel journalisten op te lang dezelfde plaats zitten en daardoor een uitgebreid netwerk (nvda: lees vriendenkringetje) hebben opgebouwd, ontstaat er op veel redacties inteelt. Een ons-kent-ons-sfeertje van ik krab jouw rug en jij de mijne. Zoiets gaat natuurlijk ten koste van de kwaliteit van de berichtgeving. Zo zal het bijvoorbeeld ook wel gegaan zijn met Tom Lanoye toen die enige tijd terug een grote en bovendien nogal politiek correcte voorpublicatie in de NRC kreeg om zijn business te promoten. Zou hem dat ook gelukt zijn als hij niet tot het old boys network van Peter Vandermeersch zou hebben gehoord?

De Haagse kaasstolp

Zeker in de politieke verslaggeving is dat ons-kent-ons-sfeertje soms erg klef. Zo gaat het verhaal dat op het huwelijksfeest van politiek vrt-verslaggever Ivan De Vader zowat de halve Wetstraat was uitgenodigd. In Nederland zie je dat niet snel gebeuren, maar ook daar bestaat een ons-kent-ons-sfeertje. Zelfs politiek-journalisten die al jaren met pensioen zijn worden regelmatig uitgenodigd om bij hun voormalige collega-vriendjes aan te schuiven om hun visie te geven. Niet voor niks spreekt men in Nederland al jaren over de zogenaamde Haagse kaasstolp waar iedereen elkaar de bal toespeelt.  Maar wat in Nederland ondenkbaar is, is dat een hele redactie van wat als een kwaliteitskrant moet doorgaan bewust stelling neemt tegen een politieke partij, zoals Bart Brinckman van De Standaard in een interview onlangs onverbloemd en ongetwijfeld ook met het minste schaamrood op zijn kaken verkondigde.

Boze bijschnabbelende journalisten

Journalisten die te lang op dezelfde plek zitten, weten al te goed hoeveel macht ze hebben en hoe ze die moeten (mis)bruiken. Zelf heb ik dat ook al mogen ervaren. Zo vertelde een bevriende vrt-journalist mij ooit in vertrouwen dat zijn bazen hadden besloten om geen media-aandacht aan een van mijn boeken over mediatraining te schenken, omdat ik me in het openbaar kritisch had uitgelaten over het feit dat vrt-journalisten die via mediatraining bijschnabbelen, hun onafhankelijkheid en geloofwaardigheid verliezen.
En een journaliste van De Standaard die een recensie-exemplaar had aangevraagd van een boek van mij over cultuurverschillen België-Nederland  zei me dat op de redactie besloten was om er geen aandacht aan te schenken. De reden was dat ik in het boek alleen maar open deuren nog verder open trapte. “Schrijf dat dan op in uw recensie”, antwoordde ik. Met haar mond vol tanden haakte ze de telefoon in. Waarmee ze meteen nog een cultuurverschil blootlegde: in Vlaanderen zwijgen we onwelgevallige zaken liever dood, terwijl men in Nederland daar eerder het debat over aangaat.

Geen schroom om eigen media voor hun karretje te spannen

Andersom zien we dat de meeste journalisten geen enkele schroom hebben om hun eigen media voor hun karretje te spannen als dat zo uit komt. Toen Bart Brinckman het boek schreef: De Zestien is voor U over de langste Belgische kabinetsformatie ooit, bleek dat het boek hoofdzakelijk opgewarmde kost bevatte. Geen nieuwe nieuwsfeiten dus. Maar voor zijn collega-vriendjes van het tv-journaal was het ’t belangrijkste nieuwsitem van de dag. Even later zat hij bij Terzake om zich uitgebreid over al die zaken die allang wijd en zijd bekend waren, te laten interviewen. En last but not least, de volgende dag hadden zijn journalistenvrienden een paginagroot verhaal in de kranten, inclusief zijn eigen Standaard.
Daarom wordt het tijd dat redacties van krant, radio en tv er een gewoonte van gaan maken om iedere vier jaar hun redacties te laten rouleren. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, het zal misschien ook extra verdieping geven aan de media waarvoor ze werken. En, zoals ik al opperde; door die bredere kijk zal misschien ook het aantal extreem linkse en rechtse journalisten slinken wat de pluriformiteit in de berichtgeving ten goede zal komen.
Over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum in Schiedam. Het is verkrijgbaar bij de betere boekhandel of u kunt het hier rechtstreeks bestellen.https://www.cultuurverschillenbelgienederland.nl/boek-valse-vrienden-samenwerking-belgen-nederlanders-cultuurverschillen/ Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is. https://www.cultuurverschillenbelgienederland.nl/blog-cultuurverschillen-belgie-nederland/
Naoorlogse repressie in Nederland minder dodelijk dan in België

Naoorlogse repressie in Nederland minder dodelijk dan in België

Kent u het schrijnende verhaal van Karel De Rycke? Hij was oorlogsburgemeester in het Oost-Vlaamse Asper bij Gavere. Volgens de Belgische staat een zogenaamde inciviek, of liever nog, een zwarte, omdat hij tijdens WO II met de vijand geheuld zou hebben. Hij was een van de 100.000-den slachtoffers van de Vlaamse repressie die net na WO II een ongekende opflakkering kende. Want voor eens en altijd moest maar eens met dat opstandige Vlaamse rapaille worden afgerekend. Nadat eerst zijn huis was geplunderd en zijn bezittingen verbeurd waren verklaard werd hij bij verstek ter dood veroordeeld, maar hij dook onder en vluchtte naar het veilige Ierland. Had Karel De Rycke destijds in Nederland gewoond dan had hij ongetwijfeld gewoon burgemeester kunnen blijven. Sterker nog: misschien had hij nog een lintje van de koningin ontvangen, juist vanwege zijn  uiterst ‘civieke’ gedrag.

Repressie in naoorlogs Vlaanderen dodelijker dan in Nederland

Aanvankelijk een successtory

Een Vlaamse vriend stelde me onlangs een zojuist verschenen publicatie ter hand met daarin de levensloop van Karel De Rycke. Die was zijn opa. Aanvankelijk was het leven van Karel De Rycke een successtory. Een hardwerkende en innovatieve ondernemer en een van de succesrijkste kippenfokkers en eierproducenten van België. Karel De Rycke ging al in de jaren twintig van de vorige eeuw op studiereis naar Amerika om de beste op zijn gebied te zijn en te blijven.

Hij stelde in zijn kippenbedrijf vele mensen te werk. Daarnaast had hij ook een schrijnwerkersbedrijf waar hij ondermeer bedden vervaardigde. Ging het wat minder in de eieren of andersom dan hoefde hij geen mensen te ontslaan want die konden dan in het bedrijf tewerk worden gesteld waar hij op dat moment de meeste handjes nodig had. Hij was graag gezien, mede omdat hij een goed werkgever was. Hij kreeg dan ook brede steun toen hij tot burgemeester van Asper werd verkozen.

 

Karel De Rycke begaf zich op hellend vlak…

Toen brak de oorlog uit. De bezetter wilde dat hij ook aan de Wehrmacht zou leveren. Hij had geen keus. Want bij weigering zou hij in het beste geval de gevangenis indraaien en zijn werk weigerend personeel zou wellicht naar Duitsland zijn afgevoerd. Maar de Belgicistische rechters zagen dat anders. Door te leveren aan de Duitsers begaf de ondernemer en oorlogsburgemeester zich op een hellend vlak. En de levering van bedden was in hun ogen even erg als het leveren van wapens en munitie waardoor hij na de oorlog tot de dood werd veroordeeld.

 

Sokken leveren aan de moffen of opkrassen

Ook mijn grootvader was voor WO II ondernemer, maar dan in Nederland. Hij was sokkenfabrikant. Als gevolg van een noodlottig verkeersongeval overleed hij vroegtijdig. Mijn grootmoeder zette de fabriek voort. Ik herinner me de verhalen dat ook zij voor de keuze werd gesteld: of sokken leveren aan de moffen of opkrassen. Mede omdat ze zich verantwoordelijk voelde voor het personeel besloot ze sokken aan de bezetter te leveren. Net als Karel De Rycke voorkwam ze hiermee dat het personeel in Duitsland te werk werd gesteld. Mijn toen mijn nog piepjonge vader die omwille van de oorlog zijn textielopleiding had moeten afbreken, werkte inmiddels ook in het bedrijf. Toen de oorlog voorbij was, nam hij de sokkenfabriek over en ging hij de lokale politiek in. Jarenlang was hij naast fabrikant eerste schepen (wethouder) en plaatsvervangend burgemeester. Het feit dat mijn oma ook voor de Duitsers sokken had geproduceerd had geen negatieve invloed op het maatschappelijke aanzien van onze familie.

 

België: 242 Nederland: 39 executies 

Mijn Vlaamse vriend en nazaat van Karel De Rycke, liet mij onlangs weten dat als gevolg van de snoeiharde repressie vele Vlamingen in die eerste naoorlogse periode onschuldig geëxecuteerd werden. Er waren meer dan 400.000 dossiers tegen de zogenaamde “incivieken” opgemaakt. Veelal mensen die alleen maar het beste voor hadden met hun medemens en met Vlaanderen. Maar het hebben van een abonnement op de Vlaamse krant De Standaard was in die tijd vaak al genoeg om vervolgd te worden. Er werden 242 doodstraffen effectief uitgevoerd.

In Nederland waar men ook niet zachtzinnig was voor het heulen met de vijand, werden slechts 39 executies uitgevoerd.

 

Waarom kwamen de Vlamingen niet tegen die repressie in opstand?

Wat ik als Nederlander nooit goed gesnapt heb, is dat de Vlamingen dit allemaal zo over hun kant hebben kunnen laten gaan. Dat ze toelieten om maar bij het minste en geringste hun burgerrechten te laten afpakken wat in die tijd gelijk stond aan broodroof. Dat het tot midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw duurde eer er bij monde van de VolksUnie eindelijk een partij opstond die opkwam voor de belangen van de Vlamingen die nog altijd niet moegetergd waren door de Belgicistische en Francofone machthebbers en de katholieke kerk niet te vergeten. Want meneer pastoor moest er mede voor zorgen dat alles bij het oude bleef. Dat met andere woorden zijn onderdanen dom en volgzaam bleven.

 

Waarom een Vlaamse grondwet geen gek idee is… 

Daarom is het goed dat publicaties over dit soort familietragedies als die van Karel De Rycke het licht zien. Hopelijk helpen die de Vlamingen om hun geschiedenis van meedogenloze onderdrukking onder ogen te zien. Niet alleen door de (Duitse) bezetter, maar ook door de Belgicistische en vaak Francofone machthebbers die daar net naar WO II nauwelijks voor onder deden. Het is belangrijk dat Vlamingen hier voortdurend aan herinnerd worden. Want als ze grondig doordrongen zijn van die geschiedenis, dan snappen ze misschien ook dat het hebben van een eigen Vlaamse grondwet waarvoor Geert Bourgeois onlangs nog pleitte, niet eens zo’n gek idee is…

noot van de redactie:

Pieter Jan Verstraete schreef de publicatie Karel de Rycke: burgemeester en pluimveehouder  in opdracht van de familie en kon beroep doen op een rijk gevarieerd archief. Het werkje bevat een reeks tot nu toe ongepubliceerde foto’s en uittreksels uit persoonlijke brieven en documenten. De prijs bedraagt 6€ + 2,50€ verzendingskosten, samen dus 8,50€. Bestellen kan door storting van het bedrag op rekeningnummer BE64 4627 2867 9152 van P.J. Verstraete, 8500 Kortrijk met vermelding “Karel de Rycke”.

 

Over de auteur

Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: www.cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.

Het Groot Dictee heeft nauwelijks iets met taal te maken

Het Groot Dictee heeft nauwelijks iets met taal te maken

Waarom Het Groot dictee eigenlijk niks met taal te maken heeft

Zo, het doek is nu eindelijk definitief gevallen voor Het Groot Dictee. Een goede zaak, want het had nauwelijks iets met taal te maken. Tijdens de Nederlandse talkshow Pauw zagen we Philip Freriks voor de laatste keer in zijn rol als voorlezer van Het Groot Dictee. Hij had een minder rood hoofd dan de vorige keer toen hij bij Pauw te gast was. Of het door de rode wijn kwam en dat hij zich dit keer beter had kunnen beheersen, kan daar debet aan zijn geweest. Maar duidelijk was wel dat hij nog altijd het plotselinge stopzetten van Het Groot Dictee niet helemaal verwerkt had. Eerder had Philip Freriks al verklaard dat hij het gevoel had dat hij na 26 jaar plotseling bij het grofvuil was gezet. Het is een fenomeen dat je wel meer ziet bij tv-presentatoren die denken dat het programma er voor hen is in plaats van voor de kijkers…
Eerste_Kamer_Groot_Dictee_Cultuurverschillen_Belgie_Nederland

Het Groot Dictee is etaleren van nutteloze kennis

Het belangrijkste neveneffect van het stopzetten van Het Groot Dictee is dat we na ruim een kwarteeuw eindelijk verlost zijn van een wedstrijd in het etaleren van nutteloze kennis tussen Vlamingen en Nederlanders. Want om als een papegaai moeilijk geschreven woorden te reproduceren heeft mijns inziens niet veel met taal te maken. Het is als geschiedenisonderwijs: je kunt alle belangrijke jaartallen wel uit je kop knallen, maar als je de verbanden niet ziet, dan schiet je daar ook niet veel mee op. In die zin is het radioprogramma De Taalstaat op zaterdag (NPO-radio 1) een regelrechte aanbeveling. Op een luchtige en speelse manier krijgt de luisteraar tal van praktische taaltips en taalweetjes aangereikt. Kortom: voor iedereen die van taal houdt een aanrader!

Het Groot Dictee was oubollige vertoning

Ik heb nooit goed begrepen waarom Het Groot Dictee jarenlang een soort instituut is geweest en dat de makers nu pas het licht zien om dit programma naar de eeuwige jachtvelden af te voeren. Het was ieder jaar weer opnieuw een oubollige slaapverwekkende vertoning. Pas toen de kijkcijfers in korte tijd meer dan halveerde, werd de Nederlandse omroep wakker. Afvoeren die hap dus.
Hoe het met de kijkcijfers in Vlaanderen was gesteld, heb ik niet kunnen achterhalen. Wel heb ik de indruk dat Het Groot Dictee daar veel sterker leefde dan in Nederland. Als er, zoals te doen gebruikelijk, weer een Vlaming had gewonnen, dan stonden de volgende dag de kranten bol over hoe wij Vlamingen die Ollanders toch weer eens mooi ons poepertje hadden laten ruiken… Dat is dan misschien het enige positieve. Want op die manier heeft Het Groot Dictee dan toch nog wat bijgedragen aan het zelfvertrouwen van de Vlaming… Martine Tanghe werd al eerder afgevoerd bij Het Groot Dictee, maar nu was het de beurt aan Philip Freriks

Groot Dictee schiep juist afstand tot taal

Ik heb Het Groot Dictee altijd iets verschrikkelijks gevonden, omdat ik vind dat het nauwelijks ooit iets met taal te maken heeft gehad. Inhoudelijk is Het Groot Dictee een aaneenrijging van archaïsche woorden en gekunstelde zinsconstructies die bijna geen mens begrijpt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van taal? Of zoals Elly Lust – de Amsterdamse politiewoordvoerder, die bij Pauw eveneens te gast was – het als volgt verwoordde: “taal moet bereikbaar zijn voor iedereen en zo’n dictee schept juist afstand”.

Taal hoort als muziek te zijn

Taal is toch niet iets dat je als een soort gedomesticeerde Bokito vanuit de Dikke van Dale of het Groene Boekje uit je hoofd knalt? Nee, taal hoort als muziek te zijn.
Maar muziek maken leer je niet enkel door noten te leren lezen. Dat doe je vooral door met die taal te spelen, te experimenteren. Dan pas komt een taal echt tot leven. Helaas begrijpen veel mensen dat niet. Want toen de nieuwe secretaris van de Nederlandse Taalunie Hans Bennis tijdens interviews zei dat taal meer is dan een discussie over een streepje of een trema op een letter zetten, kreeg hij meteen bakken kritiek over zich heen. Voor alle duidelijkheid: net als Bennis pleit ik er niet voor om alle spellingsregels overboord te kieperen, maar wel voor gezond boerenverstand. Hiermee bedoel ik dat je open moet staan voor de manier waarop de taal onder de bevolking evolueert. Want als je dat niet doet dan hadden we vandaag in de lage landen misschien allemaal nog een soort Diets of MiddelNederlands gesproken…
Over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: www.cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.

België heeft biercultuur en Nederland een spruitjescultuur

Eindelijk erkent UNESCO Belgische biercultuur

Frankrijk heeft een wijncultuur. België heeft, zoals sinds kort officieel door de UNESCO bevestigd is, een biercultuur. En Nederland, tja wat heeft Nederland? Nederland heeft een spruitjescultuur! Dat stelde ik vast toen ik onlangs rond etenstijd een Nederlands appartement betrad en de geur van spruitjes me van alle kanten tegemoet kwam… Maar wat veel Belgen niet weten of niet willen weten, is dat Nederland meer brouwerijen heeft dan België. Desalniettemin zou ik de Nederlanders niet willen adviseren om met hun biercultuur bij de UNESCO uit te gaan pakken.  Want die zou wel eens heel schril kunnen afsteken ten opzichte van de Belgische biercultuur…

Belgie heeft dankzij erkenning UNESCO een officiële biercultuur

De Belgen hadden onlangs wel een heel goede reden om het glas te heffen. De UNESCO was namelijk akkoord gegaan dat voortaan de biercultuur in België een plaats verdient op de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Maar wat houdt die biercultuur nu eigenlijk in? En vooral: waarom staat België helemaal terecht op die lijst, ondanks dat Nederland meer brouwerijen telt? Want wat vele Belgen niet weten is dat, aldus het NOS-nieuws, Nederland met 312 brouwerijen, België (263 stuks) toch mooi heeft ingehaald. Maar kwantiteit is niet hetzelfde als kwaliteit…

Zijn Nederlanders bierbarbaren?

Speciale biertjes zijn in Nederland populairder dan ooit. Zit je in Nederland op een terras en je bestelt een gewoon tappilsje dan hoor je er niet meer bij. Nog niet zo lang geleden was dat anders. Als het om bierkeuzes ging, kon je een normale pils of een kleintje pils bestellen. Die werden dan geserveerd in een soort Coca-Cola-glas. Vaak waren die glazen niet eens goed uitgespoeld en sloeg het pilsje al dood voordat je je tanden in het schuim had kunnen zetten.

Kwam je bij Nederlanders thuis op bezoek en kwam het pils op tafel dan toonden zij zich ook daar regelrechte  bierbarbaren. Dikwijls kwam het pils rechtstreeks uit een proviandkast of een ruimte die voor een kelder moest doorgaan; lauwwarm en de detergent-resten in het glas zorgde ervoor dat het onmiddellijk doodsloeg. In plaats van genieten werd bier drinken zo een regelrechte straf. Je zou voor minder meteen lid worden van de Anonieme Alcoholisten.

Trappist van Westvleteren

Bij mijn West-Vlaamse schoonfamilie ging dat er wel anders aan toe. Kwamen we op bezoek dan stond de trappist van Westvleteren je in bijbehorend glas al snel toe te lachen. Daar zorgde mijn schoonvader wel voor. Met een ijzeren mandje waar precies 4 flesjes in paste, daalde hij meermaals af naar een echte kelder die zijn assortiment bieren zomer en winter op de juiste temperatuur hielden. Dit was letterlijk en figuurlijk met volle teugen genieten!

Maar gelukkig is de laatste jaren in Nederland op het gebied van eten en drinken veel ten goede veranderd. De Cola-glaasjes met pils zie je nergens meer, een enkele sportkantine daargelaten. Nationale en regionale brouwerijen brachten naast pils ook speciale bieren op de markt en vandaag de dag heeft iedere stad of dorp wel zijn eigen artisanale streekbier met bijbehorend glas.

In Nederland is het culinair barbarisme voltooid verleden tijd

Naast de bier(r)evolutie was er in Nederland ook op het vlak van eten een kwaliteitsslag gaande. De sterrenrestaurants schoten de laatste jaren als paddestoelen uit de grond. Volgens Wikipedia telt Nederland momenteel 107 sterrenrestaurants. Maar in tegenstelling tot het aantal brouwerijen blijft België voorlopig toch nog koploper met maar liefst 157 restaurants die zich met 1, 2 of 3 Michelinsterren mogen tooien.

Ondanks die inhaalslag zal Nederland naar mijn gevoel niet snel in aanmerking komen voor een plek op UNESCO-lijst voor haar eet- en drinkcultuur. Waarom? Omdat het bij eten en drinken niet alleen gaat om de kwaliteit van het intrinsieke product. Ook de (kleine) dingetjes eromheen moeten in orde zijn. Denk aan de timing wanneer het volgende gerecht moet doorkomen, de manier waarop de drank wordt geserveerd en ga zomaar verder.

Zo herinner ik me dat ik jaren geleden was uitgenodigd om in een van de meest luxe restaurants in Kaapstad te gaan eten. Achter iedere stoel stond een bediende. Maar de gangen kwamen veel te snel door en de timing van de wijnen liep achter de feiten aan. Ofschoon er over de kwaliteit van het eten niets te klagen viel, proefde je aan alles dat dit restaurant niet beschikte over een echte culinaire cultuur. Eerder was hier sprake van culinair barbarisme…

Belgische biercultuur is onderdeel van hun culinaire cultuur

Wie in België een speciale bier bestelt weet dat wat hij krijgt af is. Eigenlijk is de Belgische biercultuur een belangrijk onderdeel van de Belgische culinaire cultuur. In de praktijk betekent dit dat je in België in bijna ieder dorpje wel een brasserie of restaurant vindt waar je heerlijk kunt eten en drinken. Waar de kok niet voor gemakkelijkheidoplossingen gaat door te kiezen voor sauzen uit een pakje. Waar je, net als in Frankrijk, een prima pot krijgt voorgeschoteld. Nederland maakt op dit terrein stappen vooruit, maar het zal nog wel even duren tot ook de Nederlanders dit in hun genen hebben…

Evert van Wijk is Nederbelg en blogt op zijn website www.cultuurverschillenbelgienederland.nl bijna wekelijks over de cultuurverschillen tussen Belgen/Vlamingen en Nederlanders. Hij is tevens auteur van Valse Vrienden, uitgegeven bij scriptum, 2016, 2e druk, dat eveneens over dit onderwerp gaat.

Waarom cultuurverschillen België – Ierland zo klein zijn…

Waarom cultuurverschillen België – Ierland zo klein zijn…

Ieren zijn net als Belgen bourgondisch ingesteldDe cultuurverschillen tussen België en Ierland zijn volgens mij bijzonder klein. In ieder geval kleiner dan de cultuurverschillen tussen België en Nederland. Vreemd is dat niet. Ierland en België kenden beide een geschiedenis van overheersing en een sterke invloed van de katholieke kerk. Maar Ierland kent in tegenstelling tot België wel een dag zonder alcohol. En dat is Goede Vrijdag. Of vinden Ieren net als de Vlamingen hiervoor ook een achterpoortje…

Cultuurverschillen België – Nederland kort verklaard

Na de val van Antwerpen in 1585 kende België of wat er toen voor doorging tal van overheersers. Denk aan de Spanjaarden, de Fransen, de Oostenrijkers en niet te vergeten de Nederlanders. Ook speelde de katholieke kerk een belangrijke rol in de onderdrukking. Vooral om die reden vertrokken vele rijke en getalenteerde Vlamingen naar o.a. Nederland. Hierin lag de basis van de cultuurverschillen tussen beide landen.

Ook Ierland kende overheersing

Als verklaring voor de Ierse cultuurverschillen kende Ierland ook een geschiedenis van overheersing die er niet om loog. Zelfs ten tijde van de beruchte hongerperiodes waardoor grote delen van de Ierse populatie het leven lieten, gingen de Engelsen gewoon door met het leegroven van dat land. Dit duurde voort tot de zogenaamde Paasopstand in 1916. Kort daarop verwierven de Ieren hun onafhankelijkheid. Maar de invloed van de kerk is tot vandaag in alle haarvaten van de maatschappij nog volop aanwezig. Zo is het bijvoorbeeld op Goede Vrijdag nog altijd niet mogelijk om alcoholische drank te kopen in een supermarkt of een pint te gaan drinken in de pub.

Geen dag zonder alcohol

Nu kom ik al zo’n 20 jaar geregeld in Ierland. In die jaren is het mij steeds meer opgevallen dat Belgen en Ieren qua cultuurverschillen niet zo ver van elkaar liggen. Ieren zeggen vaak Ja, ook als ze het omgekeerde bedoelen. Ze houden ervan om wetten en regels te ontduiken. Ook zijn ze nogal bourgondisch ingesteld. Als er dan een wet is die alcohol op Goede Vrijdag verbiedt dan verschijnt er prompt een artikel in the Irish Independent met tips hoe je daar onderuit kunt komen. Je kunt bijvoorbeeld naar The dogs gaan, dat zijn de hondenraces,  een boot- of treinreis nemen, naar de (golf)club gaan, naar een theatervoorstelling of gewoon naar een hotel. Want Ierland is zeer op het toerisme ingesteld en je kunt het de vele toeristen toch niet aandoen om een dag zonder alcohol te moeten zitten?

Wetten en regels bedacht door overheersers

Nee, Ieren en Belgen of Vlamingen, zijn niet zo gesteld op wetten en regeltjes die bedacht zijn door de overheersers. Of het nu de kerk is of een vreemde machthebber die er de lakens denkt te kunnen uitdelen. De overheersers vertegenwoordigen immers een staat die er niet voor de burgers is, maar die een vijand vormt en dus bestreden moet worden. Zelfs in de politiek wordt vaak zo gedacht. Regels van buiten, zoals die van de EU, die niet goed uitkomen worden als het even kan gesaboteerd.

Bij Nederlanders hebben wetten meer draagvlak

Britten en Nederlanders hebben een veel grotere volgzaamheid richting de overheid. Het zit hun veel meer in de genen om wetten en regels te volgen. Niet omdat ze het braafste jongetje van de klas willen zijn, maar omdat het Verenigd Koninkrijk en Nederland relatief gezien veel oudere democratieën zijn waarin de burger nauwer betrokken is bij de totstandkoming van wetten. Die hebben vaak ook meer draagvlak omdat ze al langer door en voor diezelfde burgers gemaakt zijn. Is een wet eenmaal aangenomen dan volg je die. Dat is nu eenmaal democratie. En zeg nu zelf: welke Nederlander wil nu niet als ondemocratisch worden bestempeld?

CETA, of de ware redenen waarom de Walen dit verdrag torpederen 

Het boycotten van CETA heeft niets te maken met de bezorgdheid van de Walen over een mogelijk negatieve impact voor hun regio, zoals in Nederland vaak gedacht wordt, maar het is een puur politieke kwestie. Feitelijk zijn er drie verborgen agenda’s die op de achtergrond een rol spelen. Dat zijn achtereenvolgens: hoe kunnen de Franstalige socialisten hun linker flank afdekken voor de steeds populairder wordende Waalse Marxistische arbeiderspartij PTB, hoe kunnen zij de federale regering met daarin hun liberale opponent, de MR (Mouvement Réformateur),  een stok in de wielen steken en tot slot speelt ook een  stuk onverwerkt verleden met betrekking tot de rivaliteit en de ontvoogdingsstrijd van de  Vlamingen een rol. Intussen wordt door al dit gedoe de reputatie van Wallonië en België in het bijzonder opnieuw geschaad…

De Vlaams-Waalse rivaliteit

Laten we beginnen met rivaliteit tussen de Vlamingen en de Franstaligen. Toen in 1830 de afscheuring van Nederland plaatsvond en het Koninkrijk België ontstond, leken op papier de afspraken tussen de Nederlandstaligen en Franstaligen duidelijk: Vlaanderen is eentalig Nederlands, Wallonië. is eentalig Frans en Brussel is tweetalig. Maar wat bleek alras: de Vlamingen waren in het nieuwe België wel vrij, maar niet gelijk. Niet politiek, niet taalkundig, noch sociaaleconomisch. De oude Franstalige machtsstructuren bleven in het nieuwe België bestaan, evenals een sterke breuklijn tussen de socialisten en de liberalen.
Zo zien de meeste Franstaligen Brussel nog als een eentalige stad. Ook zien zij met lede ogen aan dat het economisch zwaartepunt van België, sinds de teloorgang van de steenkoolmijnbouw en de zware industrie in Wallonië sinds de tweede helft van de 20-ste eeuw naar Vlaanderen is verschoven. Wallonië is in die tijd in een soort periode van ’stand still’ geraakt. In plaats van zich als regio opnieuw uit te vinden trokken de socialisten en de vakbonden zich terug in hun grote gelijk. Wat nog resteerde aan mogelijk levensvatbare bedrijven werd alsnog kapot gestaakt. De weinige werkgelegenheid die vandaag de dag in de Waalse verpauperde industriesteden nog aanwezig is, bestaat vooral uit banen bij de overheid of een overheidsbedrijf.

Jaarlijks 6 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië

Om de economie in Wallonie enigszins draaiende te houden gaan er jaarlijks als vorm van solidariteit zo’n 6 miljard euro aan geldtransfers van het rijke Vlaanderen naar armlastige Wallonië, ofwel 2.000 euro per werkende Vlaming.  Ondanks deze astronomisch hoge sommen geld, blijft de Waalse economie slabakken. In plaats van dit geld aan te wenden voor structurele verbeteringen verdwijnt het hoofdzakelijk in de bodemloze put die in feite niet meer is dan een soort zelfbedieningswinkel van de socialisten die zichzelf er rijkelijk in tegoed doen. Intussen glijdt de Waalse economie steeds verder af. Wie vandaag de dag door de Borinage rijdt, ooit de locomotief van België, wordt voortdurend met de alomtegenwoordige verpaupering geconfronteerd. Zo is de fiere Waalse haan die Wallonië in haar vlag draagt, verworden tot een oude, magere, smakeloze soepkip waar ook de Vlamingen een steeds groter degout van beginnen te krijgen.

Nu zou u misschien denken dat als je jaarlijks zulke gigantische bijdragen van je rijkere Vlaamse landgenoten krijgt toegeschoven, dit wel tot enige dankbaarheid en erkenning zou leiden bij de Franstaligen? Maar helaas, niets is minder waar. In plaats daarvan lijken zij nog altijd niet goed te kunnen verkroppen dat het die Vlamingen al vele decennia voor de wind gaat. Als het maar even kan dan nemen de Franstaligen iedere gelegenheid te baat om bij de Vlamingen stokken in de wielen te steken. Zeker als dat niet ten koste van henzelf gaat. Dat laatste is nu net met CETA het geval. Dit handelsakkoord zal veel meer voordelen hebben voor Vlaanderen dan Wallonië.  Dit om de doodeenvoudige redenen dat Wallonië nog geen 10 % van de handel met Canada voor zijn rekening neemt en de overige 90% voor rekening van de Vlamingen komt.

Behalve die rivaliteit spelen er intern in Wallonië nog een paar andere ontwikkelingen mee die de socialistische machthebbers hebben doen besluiten om dwars te liggen. Toen er na liefst 546 dagen onderhandelen, zo’n twee jaar geleden, eindelijk een nieuwe federale regering tot stand kwam, zaten daar voor het eerst sinds zeer lange tijd geen Franstalige socialisten van de PS (Parti Socialiste) in.
Even ter verduidelijking: naast de deelstaten Vlaanderen en Wallonië die ieder een eigen regering hebben, heeft België op national niveau een zogenaamde federale regering. Alleen hebben de Belgen nagelaten om daar hiërarchisch meer macht aan toe te kennen. Vandaar dat in dit geval de deelstaat Wallonië de goedkeuring van CETA op eigen houtje kan blokkeren.
Doordat zoals gezegd de Franstalige socialisten, geen deel meer uitmaakten van de nieuwe federale regering, maar wel de Franstalige liberalen van de regering Michel, leidde dit tot grote frustratie van de voormalige socialistische federale premier met het strikje, de Waal Elio Di Rupo. Vanuit de oppositie doet hij er sindsdien, samen met zijn partijgenoot Paul Magnette, die minister-president is van de Waalse deelregering, alles aan om die federale centrumrechtse regering Michel het regeren onmogelijk te maken. Het saboteren van CETA maakt daar deel vanuit. Evenals de vele stakingen en andere vakbondsacties waardoor de huidige federale regering van premier Michel vanaf de start geteisterd wordt en die ook in Nederland geregeld het nieuws haalden.

De Marxistische PTB als werkelijke verdediger van het proletariaat

Dan hebben de socialisten in Wallonië nog een derde probleem. Nog steeds is België zowat het enige land in Europa waar de werkloosheidsuitkeringen onbeperkt in tijd zijn. Maar het sociale systeem kraakt financieel in zijn voegen. Het gaat België economisch de laatste tijd beduidend minder voor de wind. Vele sociale verworvenheden staan onder druk of worden afgeschaft. De uiterst linkse Waalse Marxistische partij PTB (Parti du Travail de Belgique) die zich daartegen bijzonder heftig verzet, dreigt daardoor veel stemmen af te snoepen van de socialisten van de PS. Vandaar dat de socialisten onder leiding van hun socialistische minister-president  van de Waalse deelregering zich zo tegen CETA kanten. Puur uit profileringsdrang roepen de socialisten dat dit verdrag ten koste zou gaan van de kleine boeren, die niet zouden zijn opgewassen tegen het grootkapitaal van de grote landbouwbedrijven die met CETA enkel geholpen zijn. Hiermee willen de Franstalige socialisten duidelijk maken dat zij de enige partij zijn die de werkelijke verdediger is van het proletariaat.

Of die opstelling van de Franstalige socialisten hun PS zal helpen om bij toekomstige verkiezingen meer stemmen te halen, is intussen nog maar de vraag. Wat ze wel hebben bereikt is dat ze de naamsbekendheid van Wallonië en die van België wereldwijd verder hebben verhoogd. Maar een hoge naamsbekendheid en een goede en betrouwbare reputatie zijn niet twee dezelfde dingen…